Rouwcentrum Van Bogaert

down_button

Geen alledaags project

Je komt niet elke dag in een rouwcentrum en misschien is dat maar goed ook. Toch kun je ook van deze ruimte een plek maken waar mensen zich comfortabel voelen. Niet schreeuwerig, niet te aanwezig, maar wel zacht ondersteunend.

Gino Van Bogaert nam het familiebedrijf over van zijn vader in 1982. Tot dan toe deden ze enkel begrafenissen, maar in de loop van het jaar openden ze ook een rouwcentrum. Vandaag zijn ze een vaste waarde in de wijde omgeving van Linkeroever. In 2015 was het tijd om het centrum te renoveren.

Gino: De beslissing om het rouwcentrum te laten vernieuwen was niet zo evident voor ons. Het allerbelangrijkste criterium was, dat de activiteiten konden blijven doorgaan. Daarnaast moesten we ervoor zorgen dat mensen die toekwamen om te rouwen, niet eerst door een werf moesten ploeteren. Er was wel een tweede ingang die dat euvel min of meer kon oplossen, maar dan nog moesten alle werken op acht weken klaar zijn. Een absolute voorwaarde. Dan is het zaak een architect te vinden die dat op zo’n korte tijd kan doen.

Anneke: Qua briefing kon dat tellen. Niet omdat de deadline zò strak was, maar vooral omdat je zo weinig architecturale connotaties hebt bij het gegeven van een rouwcentrum. Een horecazaak of een woning, daar kun je je meteen duizend voorstellingen bij maken. Nu lag dat wat anders, de wetmatigheden zijn heel specifiek.

Gino: Je moest je inderdaad even inwerken, maar dat leek vrij vlot te gaan. Ik herinner me dat je hier zelfs een avond kwam werken om te zien hoe alles eraan toe ging.

Anneke: Anders kun je de manier waarop mensen zich bewegen in de ruimte, nooit juist inschatten. Ik moest mijn ontwerpideeën aan de realiteit aftoetsen. Soms had ik een plan, maar dat bleek snel onhaalbaar of moeilijk. Het fijne is dat je als interieurarchitect bij elk project een nieuwe wereld leert kennen. Ik ben ook bij veel mensen te rade gegaan om te vragen wat zij verwachten van een rouwcentrum.

Gino: Uiteraard moet het een esthetisch geheel zijn, maar de flow moet ook kloppen. Het geheel mag niet te schreeuwerig zijn. Ik mag er niet aan denken dat we op een dag worden aangesproken als dat rouwcentrum met de oranje muren.

Anneke: Dàt ging het nu wel nooit worden. Maar de wachtruimte open laten bleek bijvoorbeeld echt geen goed idee. Dat had de mensen de mogelijkheid afgenomen om zich af te zonderen. Daar was jouw input heel belangrijk.

Gino: Meer dan dertig jaar ervaring komt dan wel van pas, dat kun je op een paar weken niet evenaren. Een ander voorbeeld was de scheiding tussen de grote rouwkamer en het gedeelte waar de koffietafels plaatsvinden. Dat moesten we op de een of andere manier kunnen afsluiten. Zo moeten de familie van de overledene niet constant vlak naast het lichaam staan. Ze kunnen zich ook even aan een tafel zetten. Je kunt dat niet weten als je dat niet al jaren hebt kunnen gadeslaan.

Anneke: Je had verder wel veel vertrouwen in mij, ik denk niet dat je ooit gevraagd hebt naar een eerder project.

Gino: Via mijn dochter Gaëlle ben ik tot bij jou gekomen en zij verzekerde me dat het goed zat. Na de werken zijn we wel iets gaan eten in de M-EATERY. Dat was mooi gedaan. De deadline was het enige waar ik al eens een minuut slaap voor liet.

Anneke: Ik denk dat ik toen quasi elke dag om 6u ’s ochtends mee op de werf stond om meteen te kunnen opvolgen.

Gino: Ik merkte een enorme drive. Je aannemers durfden denk ik niet anders dan keihard te gaan. Gelukkig stond je er altijd net op tijd met iets lekkers om te eten. Ik was er vrij snel zeker van dat alles op tijd klaar ging zijn. Zeker toen ik bijvoorbeeld schilders tot 1 à 2u ’s nachts zag doorwerken. Je hebt ze echt kunnen motiveren, daar doe ik mijn hoed voor af.

Anneke: Het zat ook allemaal mee. Op een moment valt alles in een plooi en dan moet je er gewoon voor gaan. Het enige waar wat twijfel over bestond, was het kunstwerk in fineer dat aan de muur van de koffietafelruimte hangt en terugkomt in de rouwkamer.

Gino: Ik kon me dat moeilijk voorstellen tot ik het effectief zag hangen. Toen ik het voor het eerst zag, was ik wel helemaal mee.

Anneke: Achteraf gezien, heb ik enorm veel op korte tijd bijgeleerd. Ik zeg altijd: bij deze werf ben ik volwassen geworden.

Interieurkuur nodig?